One moment please...
 
 
Exact Globe   
 

Eindejaarshandleiding Exact Globe Next - Deel II - Wijzigingen in 2020

Dit is de eindejaarshandleiding 2019/2020 voor Exact Globe Next. De handleiding bestaat uit drie delen. Het eerste deel beschrijft de stappen voor het afsluiten van afgelopen loonjaar. In het tweede deel worden de wijzigingen met betrekking tot het nieuwe loonjaar besproken, en het derde deel vormt de afsluiter waarin het voorbereiden op het boeken in het nieuwe loonjaar onder de loep wordt genomen.

In dit document (deel II) worden de wijzigingen die ingaan op 1 januari 2020 besproken die van invloed zijn op uw verloningspakket (Exact Globe Next).   

Deel I | Deel II | Deel III | 

 

  1. Temporisering verhoging AOW-leeftijd
  2. Wijzigingen lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV
  3. Fiets van de zaak
  4. Vanaf 2020 einde vaksector voor uitzendwerkgevers
  5. ZW-uitkering telt niet langer mee voor hoogte arbeidskorting
  6. Wet arbeidsmarkt in balans / onderdeel payrolling
  7. Wet arbeidsmarkt in balans / onderdeel premiedifferentiatie WW
  8. Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra)
  9. Wijziging bijtelling auto van de zaak zonder CO2-uitstoot
  10. Vergroten vrije ruimte werkkostenregeling (WKR)
  11. De aangiftetermijn eindheffing WKR wordt met een extra tijdvak verlengd
  12. Indexatie vrijwilligersregeling
  13. Uitbreiding aanvraagmomenten van een S&O-verklaring
  14. Tarieven, bedragen en percentages vanaf 1 januari 2020
  15. Extra velden op de loonstrook in verband met Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)
  16. Aangifte loonheffingen: veranderingen en aandachtspunten
  17. Wijzigingen in pensioenaangifte

1. Temporisering verhoging AOW-leeftijd

Op 1 januari 2020 treedt de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd (als uitvloeisel van het pensioenakkoord) in werking. Met deze wet blijft de AOW-leeftijd in de jaren 2020 en 2021 gehandhaafd op 66 jaar en 4 maanden. Vanaf 2022 vindt een stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd plaats tot 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Meer informatie over de AOW-leeftijd vindt u op svb.nl.

2. Wijzigingen lage-inkomensvoordeel (LIV) en jeugd-LIV

Per 1 januari 2020 wijzigen het lage-inkomensvoordeel (LIV) en het jeugd-LIV. Het LIV hangt af van het gemiddelde uurloon van de werknemer. Er zijn op dit moment twee groepen te onderscheiden: werknemers met een gemiddeld uurloon van gelijk of meer dan € 10,05, maar niet meer dan € 11,07, en werknemers met een gemiddeld uurloon van meer dan € 11,07, maar niet meer dan € 12,58. De werkgever maakt voor de eerste groep werknemers aanspraak op een LIV van € 1,01 per verloond uur met een maximum van € 2.000 per werknemer per kalenderjaar en voor de tweede groep werknemers op een LIV van € 0,51 per verloond uur met een maximum van € 1.000 per werknemer per kalenderjaar (zie Handboek 2019 paragraaf 26.2.2.).

Met ingang van 1 januari 2020 vervalt het onderscheid tussen deze twee groepen werknemers. Er geldt dan nog maar een bedrag van het voordeel per verloond uur en een maximaal bedrag per kalenderjaar van het LIV. Voor een werknemer met een gemiddeld uurloon van € 10,05 of meer, maar niet meer dan € 12,58 heeft de werkgever aanspraak op een LIV van € 0,51 per verloond uur met een maximum van € 1.000 per kalenderjaar. Deze bedragen worden per 1 januari 2020 nog geïndexeerd aan de hand van de hoogte van het minimumloon per 1 januari 2020.

Ook wijzigen per 1 januari 2020 de bedragen die gelden voor het jeugd-LIV. Het bedrag van het voordeel per verloond uur en het maximale bedrag per kalenderjaar per werknemer gaan naar beneden. Met de wijziging van de Wet minimumloon in 2017 wordt de leeftijd waarop werknemers het volledige minimumloon krijgen stapsgewijs verlaagd van 23 naar 21 jaar. Aangezien de 21-jarigen vanaf 2020 het gehele kalenderjaar recht hebben op een volledig wettelijk minimumloon, hebben de werkgevers geen recht meer op de Jeugd-LIV, maar eventueel wel op het LIV.

3. Fiets van de zaak

Stelt u een (elektrische) fiets ter beschikking aan uw werknemer voor woon-werkverkeer dan wordt de fiets in ieder geval geacht ook ter beschikking te zijn gesteld voor privégebruik. U moet voor dit privégebruik jaarlijks een bedrag bij het loon tellen. Anders dan bij de auto van de zaak is er geen mogelijkheid om tegenbewijs te leveren bij gering privégebruik en is de bijtelling niet uitgezonderd als eindheffingsloon. De waarde van dit privégebruik wordt met ingang van 1 januari 2020 gesteld op 7% van de waarde (inclusief omzetbelasting) van de (elektrische) fiets per. De waarde van de fiets is de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs. RAI vereniging heeft hiervoor een database opgezet. Deze database is in te zien op www.bijtellingfietsvandezaak.nl.

Als de oorspronkelijke consumentenadviesprijs niet te achterhalen is, dan moet u uitgaan van de consumentenadviesprijs (inclusief omzetbelasting) van de meest vergelijkbare fiets. De bijtelling is loon in natura. U moet daarover loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden, premies werknemersverzekeringen betalen en de werkgeversheffing Zvw betalen of de bijdrage Zvw inhouden. U kunt dit loon ook als eindheffingsloon aanwijzen. Voor met de fiets van de zaak afgelegde (al dan niet zakelijke) kilometers bestaat geen recht op een belastingvrije vergoeding van € 0,19/kilometer.

In Exact Globe Next kan via Salaris ➔ Componenten ➔ Onderhouden een nieuw component van het type Loon in natura met methode Bedrag aangemaakt worden. Op het moment dat u het component koppelt aan een medewerker dient het juiste bijtellingsbedrag ingegeven te worden.

4. Vanaf 2020 einde indeling in vaksector voor uitzendwerkgevers

Vanaf 1 januari 2020 valt een groot deel van de uitzendwerkgevers onder sector 52. Uitzendbedrijven. Uitzendwerkgevers die zijn ingedeeld in een vaksector ontvangen een nieuwe beschikking sectorindeling van de Belastingdienst.

Voor nieuwe uitzendwerkgevers is het sinds 25 mei 2017 niet meer mogelijk om ingedeeld te worden in een vaksector. Voor uitzendwerkgevers die vóór deze datum al in een vaksector waren ingedeeld, is deze nog van toepassing bij ongewijzigde werkzaamheden. Deze overgangsregeling eindigt per 1 januari 2020.

Waarom indeling in sector 52?

Het aantal uitzendbedrijven dat onder een vaksector valt, is sterk toegenomen. Dit heeft geleid tot een hogere premie voor de vaksectoren. Uitzendarbeid gaat namelijk vaak gepaard met hogere lasten voor de WW, ZW en WGA. Daarom is ervoor gekozen de uitzendbedrijven in te delen bij sector 52.

Herindeling: mogelijk gesplitste aansluiting

Uitzondering voor uitzenden binnen concern en payrollmedewerkers

Nieuwe beschikking sectorindeling

5. ZW-uitkering telt niet langer mee voor hoogte arbeidskorting

Een werknemer die in dienstbetrekking is bij zijn werkgever krijgt in veel gevallen bij ziekte zijn loon doorbetaald door zijn werkgever. In sommige gevallen heeft hij daarnaast ook recht op een ZW-uitkering. Het gaat hier bijvoorbeeld om orgaandonoren en werknemers die onder de no-riskpolis vallen.

Daarnaast kan een persoon ook een ZW-uitkering ontvangen als hij geen dienstbetrekking (meer) heeft. Het betreft bijvoorbeeld mensen die een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) hebben en ziek zijn geworden, personen met een arbeidscontract voor bepaalde duur dat is beëindigd, uitzendkrachten die onder het uitzendbeding vallen en vrouwen die geen dienstbetrekking (meer) hebben en zich vóór hun zwangerschaps- en bevallingsverlof ziek melden.

Vanaf 1 januari 2020 telt een ZW-uitkering niet meer mee als inkomen dat bepalend is voor de hoogte van de arbeidskorting, voor zover die ZW-uitkering betrekking heeft op een periode waarin geen (echte of fictieve) dienstbetrekking aanwezig is. Voor mensen die een vrijwillige ZW-verzekering bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen hebben afgesloten geldt een uitzondering: het inkomen daaruit telt altijd als inkomen mee voor de arbeidskorting.

Voorbeeld

Voor mensen die op 31 december 2019 reeds recht hadden op een ZW-uitkering en van wie deze uitkering blijft doorlopen in 2020 en eventueel ook daarna, blijft die ZW-uitkering meetellen als inkomen voor de arbeidskorting.

6. Wet arbeidsmarkt in balans / onderdeel payrolling

De Wet arbeidsmarkt in balans (hierna: Wab) treedt in werking op 1 januari 2020. Door deze wet worden onder andere bepalingen over payrolling in het Burgerlijk Wetboek opgenomen.

Zo wordt in het Burgerlijk Wetboek een definitie opgenomen van payrolling. Volgens die definitie is payrolling een speciale vorm van een uitzendovereenkomst waarbij sprake is van de volgende verschillen:

  • Bij de uitzendovereenkomst zoekt het uitzendbureau een voor de opdrachtgever (inlener) geschikte werknemer op de arbeidsmarkt. Bij payrolling heeft het payrollbedrijf hier geen bemoeienis mee. De opdrachtgever (inlener) of een derde zorgt zelf voor een geschikte werknemer.
  • Het uitzendbureau kan een uitzendkracht ook voor andere werkgevers laten werken. Bij payrolling is daarvoor toestemming nodig van de opdrachtgever (inlener).

Verder regelt de Wab dat voor een nieuwe of bestaande payroll werknemer dezelfde arbeidsvoorwaarden gaan gelden als voor een werknemer die werkt in een gelijke of gelijkwaardige functie bij de opdrachtgever (inlener).

Tot slot is het lichtere arbeidsrechtelijke regime van de uitzendovereenkomst – zoals het uitzendbeding – vanaf 1 januari 2020 niet langer van toepassing op een payrollovereenkomst.

Het is dan ook van belang dat er per werknemer wordt vastgesteld of er sprake is van een payroll werknemer of een uitzendkracht. Voor de payroll werknemer geldt code aard arbeidsverhouding 82 en voor de uitzendkracht geldt code aard arbeidsverhouding 11.

In Exact Globe Next wordt in loonjaar 2020 het veld Code CAO inlener toegevoegd op tabblad Polisadministratie van de salarisgegevens. Dit veld kan ingevuld worden zodra bij het veld Anders, aard arbeidsovereenkomst gekozen is voor de waarde Payrolling.

7. Wet arbeidsmarkt in balans/onderdeel premiedifferentiatie

Een onderdeel van de Wab is een aanpassing van de premiedifferentiatie WW. De premie Algemeen Werkloosheidsfonds (hierna: AWf) kent op dit moment 1 percentage. Met ingang van 1 januari 2020 gelden voor de premie AWf 2 percentages: de premie AWf laag (hierna: lage premie) en de premie AWf hoog (hierna: hoge premie). Het verschil tussen beide premies bedraagt 5 procentpunt.

De lage premie is van toepassing als aan 3 voorwaarden wordt voldaan:

  • er is sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
  • de arbeidsovereenkomst is schriftelijk en
  • er is geen sprake van een oproepovereenkomst

In de aangifte loonheffingen worden deze voorwaarden met een J / N indicatie in de volgende 3 indicatierubrieken uitgevraagd. Voor de lage premie moeten de indicaties dan als volgt zijn opgegeven:

  • Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd J
  • Schriftelijke arbeidsovereenkomst J
  • Oproepovereenkomst N

Als 1 of meer van deze indicaties anders luiden dan hiervoor opgenomen is de hoge premie van toepassing.

In afwijking hiervan geldt in de volgende situaties altijd de lage premie:

  •  werknemers met een leerwerkovereenkomst op grond van de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL)
  •  werknemers die bij aanvang van het aangiftetijdvak jonger zijn dan 21 jaar en in dat aangiftetijdvak maximaal 48 verloonde uren (vierwekenaangifte) c.q. 52 verloonde uren (maandaangifte) hebben

Let op! Deze urennorm geldt per aangiftetijdvak.

  • uitkeringen werknemersverzekeringen: uitkeringen door UWV, betalingen door een eigenrisicodrager ZW en WGA en werkgeversbetalingen.

In de aangifte loonheffingen vindt het opgeven van premie AWf plaats door middel van de volgende rubrieken:

Nominatief

  • Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf laag
  • Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf hoog
  • Aanwas in het cumulatieve premieloon AWf herzien
  • Premie AWf laag
  • Premie AWf hoog
  • Premie AWf herzien

Collectief (d.w.z. de tellingen van nominatief op de gebruikelijke wijze)

  • Totaal aanwas in het cumulatieve premieloon AWf laag
  • Totaal aanwas in het cumulatieve premieloon AWf hoog
  • Totaal aanwas in het cumulatieve premieloon AWf herzien
  • Totaal premie AWf laag
  • Totaal premie AWf hoog
  • Totaal premie AWf herzien

Herzien

Berekening herziening in verband met meer dan 30% extra verloonde uren

Cases

Om de benodigde informatie aan te leveren in de loonaangifte en de juiste berekening te maken zijn de volgende velden al beschikbaar in het onderhoud van de medewerker ➔ tabblad Salaris ➔ knop Salarisgegevens ➔ tabblad Polisadministratie:

  • Uitzonderingssituatie: indien de medewerker een oproepovereenkomst heeft dient hier de waarde Oproepkracht zonder verplichting of  Oproepkracht met verplichting gekozen te worden.
  • Code contract: de waarde dient op Onbepaald of Bepaald gezet te worden. Zorg ervoor dat dit veld correct is ingevuld, voordat loonjaar 2020 geopend wordt. 
  • Veld Schriftelijke arbeidsovereenkomst; bij het openen van loonjaar 2020 zal het veld standaard aangevinkt worden.
  • Veld Jaarurennorm; de standaard waarde van dit veld is 'niet aangevinkt'.
  • In het veld Anders, aard arbeidsovereenkomst komt de optie Beroepspraktijkopleiding van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) beschikbaar.
  • Veld Premie AWf. Bij het openen van het loonjaar wordt deze op 'Hoog' gezet wanneer het veld Bron in het gekoppelde salariscomponent op ‘Werkelijk’ staat, een uurloon is ingevuld en code soort ikv 11, 13 of 15 is. Of wanneer het type contract voor bepaalde tijd is. In de andere gevallen wordt 'Laag' ingevuld.

Via menu Salaris ➔ Personeel ➔ Aanpassen is het mogelijk om deze velden voor meerdere medewerkers in één handeling aan te passen. 

8. Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra)

Met ingang van 1 januari 2020 wordt de Ambtenarenwet 1929 vervangen door de Ambtenarenwet 2017. De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) regelt dat voor de meeste ambtenaren vanaf die datum het private arbeidsrecht gaat gelden. De eenzijdige aanstelling verdwijnt. Daar komt een arbeidsovereenkomst voor in de plaats, net als bij werknemers in het bedrijfsleven. Wat niet verandert is de ambtelijke status.

De Wnra geldt voor het merendeel van de huidige ambtenaren. Er komen echter ook nieuwe groepen bij.

Het gaat daarbij om werknemers van (semi)overheidswerkgevers die al een arbeidsovereenkomst hebben. Dit zijn bijvoorbeeld werknemers van:

  •  De Nederlandsche Bank
  •  Sociale Verzekeringsbank
  •  UWV

Enkele groepen worden uitgezonderd van de Wnra. Zij vallen niet onder het private arbeidsrecht, maar houden hun publiekrechtelijke rechtspositie. Dit zijn onder andere:

  •  Politieke ambtsdragers, zoals ministers, staatssecretarissen, commissarissen van de koning, gedeputeerden, burgemeesters en wethouders
  •  Medewerkers van de rechterlijke macht: rechters, officieren van justitie en procureurs-generaal
  •  Alle defensieambtenaren: zowel militair als burgerpersoneel
  •  Alle politieambtenaren

Voor werknemers in het bijzonder onderwijs heeft de Wnra geen gevolgen. Voor het openbaar onderwijs is er wel een verandering. De ambtelijke aanstelling die werknemers daar nu nog hebben, wordt gewijzigd in een private arbeidsovereenkomst.

Voor werknemers in dienst van een veiligheidsregio (met uitzondering van het ambulancepersoneel) blijft de Ambtenarenwet 1929 tijdelijk van toepassing en treedt de Ambtenarenwet 2017 op een later moment in werking. Op het ambulancepersoneel in dienst van een veiligheidsregio is met ingang van 1 januari 2020 de Ambtenarenwet 2017 van toepassing.

Code soort inkomstenverhouding / inkomenscode

  •  Ambtenaren als bedoeld in de Ambtenarenwet 1929 zijn ook ambtenaar als bedoeld in de Ambtenarenwet 2017 als zij vanaf 2020 werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. Op hen blijft vanaf 2020 code 11 van toepassing. Dit geldt ook voor personeel in dienst van een veiligheidsregio en ambulancepersoneel in dienst van een veiligheidsregio.
  •  Voor werknemers in dienst van organisaties die met ingang van 1 januari 2020 overheidswerkgever in de zin van de Ambtenarenwet 2017 worden, geldt dat vanaf 1 januari 2020 ook code 11 op hen van toepassing is omdat zij ambtenaar worden.
  •  Voor het werknemers die in dienst zijn bij openbare instellingen binnen de onderwijssectoren en bij publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen die tot de onderwijssectoren worden gerekend, geldt dat zij vanaf 1 januari 2020 wel werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst, maar geen ambtenaar meer zijn. Zij vallen vanaf die datum onder code 15.
  •  Voor ambtenaren als bedoeld in de Ambtenarenwet 1929 die zijn uitgezonderd van de Ambtenarenwet 2017 blijft de rechtspositie een eenzijdig publiekrechtelijk karakter houden. Zij vallen vanaf 1 januari 2020 onder code 15.

Code aard arbeidsverhouding

Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wnra, zijn met ingang van 1 januari 2020 de meeste ambtenaren werkzaam op basis van een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst. Voor deze werknemers geldt dat met ingang van 1 januari 2020 code aard arbeidsverhouding 1 moet worden gehanteerd.

De rechtsbetrekking tussen de werkgever en de werknemer loopt op grond van de Wnra formeel door. Er is geen sprake van een nieuwe dienstbetrekking. Er is dan ook geen sprake van een nieuwe inkomstenverhouding.

De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) kan leiden tot een gewijzigde situatie op het gebied van sociale zekerheid en belastingen indien sprake is van grensoverschrijdend werken.

Sociale zekerheid

Als een werknemer na 1 januari 2020 als ambtenaar aangemerkt wordt op grond van de Ambtenarenwet 2017 is voor de Europese socialezekerheidsverordeningen 883/2004 en 1408/71 sprake van een ambtenaar. Als een werknemer na 1 januari 2020 niet meer aangemerkt wordt als een ambtenaar, dan zijn de gebruikelijke regels voor werknemers van toepassing, zoals die zijn opgenomen in de genoemde verordeningen. Dat kan er toe leiden dat de betrokkene vanaf 1 januari 2020 in een ander land sociaal verzekerd is dan waar de werknemer voor 1 januari 2020 verzekerd was.

Ook als een ander socialezekerheidsverdrag van toepassing is kan een wijziging ontstaan per 1 januari 2020.

Belastingheffing

Ook het van toepassing zijnde artikel in een belastingverdrag kan wijzigen. Als een werknemer vanaf 1 januari 2020 in dienst is bij een Nederlands publiekrechtelijk lichaam, is het zogenoemde overheidsartikel van toepassing. Is hij dat niet, dan is het artikel voor niet-zelfstandige arbeid van toepassing. Dit kan ertoe leiden dat de belastingheffing op een andere wijze verdeeld wordt tussen landen. 

9. Wijziging bijtelling auto van de zaak zonder CO2-uitstoot

Met ingang van 1 januari 2020 wijzigt de bijtelling auto van de zaak zonder CO2-uitstoot. Door deze wijziging wordt de korting verlaagd tot 14%-punt en wordt de bijtelling 8%. Tegelijkertijd wordt de zogenoemde cap verlaagd tot € 45.000. De cap is het maximale deel van de catalogusprijs waarop de korting van toepassing is. De cap geldt niet voor waterstofauto’s. In 2020 bedraagt de korting voor elektrische auto’s derhalve maximaal € 6300.

In de component Bijtelling waarde prive-gebruik auto op het tabblad Extra gegevens kunt u middels de instelling Verlaagd perc. bijtelling aangeven dat er een verlaagd percentage van toepassing is.

In 2019 waren de volgende volgende waardes van toepassing:

  • Laag percentage = 4%
  • Maximum bedrag laag percentage = 50.000

In 2020 zijn deze waardes aangepast naar:

  • Laag percentage = 8%
  • Maximum bedrag laag percentage = 45.000

Het percentage is afhankelijk van het moment dat de auto is geregistreerd in Nederland en niet op basis van het moment dat de medewerker de auto ontvangt. Om die reden is in de component voor de bijtelling dat is gekoppeld aan de medewerker, het veld Registratiedatum toegevoegd. 

10. Vergroten vrije ruimte werkkostenregeling (WKR)

Vanaf 2020 wordt de vrije ruimte van de WKR vergroot. In verband hiermee wordt voor de berekening van de vrije ruimte een tweeschijvenstelsel ingevoerd. Tot en met een loonsom van € 400.000 bedraagt de vrije ruimte 1,7%. Over het restant van die loonsom bedraagt de vrije ruimte 1,2%. De berekening van de vrije ruimte van de WKR geldt meestal per inhoudingsplichtige. Als een inhoudingsplichtige de concernregeling toepast dan berekent hij de vrije ruimte volgens het tweeschijvenstelsel over het totaal van de loonsommen van de inhoudingsplichtigen die deel uitmaken van het concern.

Het overzicht 'Werkkostenregeling' in menupad Salaris ➔ Verslagen ➔ Werkkostenregeling is hierop aangepast.

11. De aangiftetermijn eindheffing WKR wordt met een extra tijdvak verlengd

De aangiftetermijn voor de in het kalenderjaar verschuldigde eindheffing wegens het overschrijden van de vrije ruimte van de WKR, wordt vanaf het belastingjaar 2020 verlengd met een extra tijdvak. De verschuldigde eindheffing WKR moet dan uiterlijk in het tweede tijdvak van het daarop volgende belastingjaar worden aangegeven en betaald. Een inhoudingsplichtige met een aangiftetijdvak van (bijvoorbeeld) een maand moet de verschuldigde eindheffing WKR over het belastingjaar 2020 derhalve meenemen uiterlijk in de aangifte loonheffingen van februari 2021 die in maart 2021 wordt aangegeven en betaald. De verschuldigde eindheffing WKR over 2019 moet nog uiterlijk in het eerste tijdvak van 2020 worden aangegeven en betaald.

12. Indexatie vrijwilligersregeling

De in de vrijwilligersregeling genoemde maximumbedragen worden met ingang van 1 januari 2020 jaarlijks aan het begin van het kalenderjaar geïndexeerd en afgerond op een veelvoud van € 100. Het maximumbedrag per maand is dan steeds een veelvoud van € 10. De maximumbedragen 2020 zijn € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar (na indexatie en afronding).

13. Uitbreiding aanvraagmomenten van een S&O-verklaring

De aanvraagmomenten van een S&O-verklaring worden uitgebreid. Vanaf 2020 heeft een S&O inhoudingsplichtige vier aanvraagmomenten per kalenderjaar. Een S&O-aanvraag is tijdig ingediend als deze uiterlijk wordt ingediend op de laatste dag voor aanvang van de periode waarin het speur- en ontwikkelingswerk gaat plaatsvinden. Voor aanvragen die betrekking hebben op een periode die start op 1 januari van een kalenderjaar geldt 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar als uiterste aanvraagdatum.

14. Tarieven, bedragen en percentages vanaf 1 januari 2020

In het Handboek Loonheffingen 2020 en de 2e uitgave van de 'Nieuwsbrief Loonheffingen 2020' vindt u de tabellen met de tarieven, bedragen en percentages voor 2020.

15. Extra velden op de loonstrook in verband met Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)

In verband met de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) dient vanaf loonjaar 2020 op de loonstrook informatie over het dienstverband aangegeven te worden: of het een schriftelijke arbeidsovereenkomst is, of het voor onbepaalde tijd is en of het een oproepovereenkomst is.

In verband hiermee zijn drie nieuwe velden toegevoegd op de loonstrook:

  • Schriftelijke arbeidsovereenkomst - Hier wordt aangegeven of er sprake is van een schriftelijke arbeidsovereenkomst. Dit wordt bepaald op basis van het veld Schriftelijke arbeidsovereenkomst op het tabblad Polisadministratie van de salarisgegevens van de medewerker.
  • Type Contract - Dit veld toont de waarde van het veld Code contract op het tabblad Polisadministratie van de salarisgegevens van de medewerker.
  • Oproepovereenkomst - Dit veld geeft aan of er sprake is van een oproepovereenkomst. Dit wordt bepaald op basis van het veld Uitzonderingssituatie op het tabblad Polisadministratie van de salarisgegevens van de medewerker. Wanneer hier de waarde Oproepkracht zonder verplichting of  Oproepkracht met verplichting is geselecteerd is er sprake van een oproepovereenkomst.

De velden worden alleen afgedrukt wanneer de Code soort inkomstenverhouding 11, 13 of 15 betreft.

Deze velden zijn toegevoegd op de volgende loonstroken:

  • HTML
  • HTML_EN
  • Lay-out 1
  • Lay-out 3
  • Lay-out 4
  • Lay-out 5

Let op: De velden zijn niet toegevoegd op de verouderde lay-out 2.

Maakt u gebruik van voorbedrukte loonstroken?

Wanneer u gebruik maakt van voorbedrukte loonstroken dient u er rekening mee te houden dat u over nieuwe loonstroken dient te beschikken. Deze kunt u bestellen via  https://www.exact.com/nl/services/salarisslips

16. Aangifte loonheffingen: veranderingen en aandachtspunten

Nieuwe woonlanden België, Suriname en Aruba

Vanaf 2020 gelden er voor de inwoners van België, Suriname en Aruba aparte tabellen voor de loonbelasting.

In Exact Globe zal bij het openen van het loonjaar bij de medewerkers die als land, een van deze landen gekoppeld heeft staan, het veld Woonland op tabblad Loonheffingen omgezet worden naar het juiste land. De aanpassingen staan ook op het verslag wat bij het openen van het loonjaar naar voren komt

Code einde Dienstverband in loonaangifte

M.i.v. 2020 dient voor elke medewerker die uit dienst gaat een code einde dienstverband verplicht meegegeven te worden in de loonaangifte.

In Exact Globe is het veld Reden einde arbeidsovereenkomst terug te vinden op tabblad Polisadministratie van de salarisgegevens.

17. Wijzigingen in pensioenaangifte

Aanlevering via UPA voor Centric fondsen

Voor de Centric fondsen dient vanaf loonjaar 2020 aangifte gedaan te worden volgens UPA (Uniforme Pensioenaangifte) berichtformaat.

Dit heeft betrekking op de volgende CAO's:

  • 0801 - Houthandel
  • 0701 - Meubelindustrie en meubileringsbedrijven
  • 1714 - Reisbranche
  • 4801 - Betonproductenindustrie

Na het verlonen kunt u de pensioenaangifte aanmaken via Salaris ➔ Aangiften ➔ Periodiek ➔ UPA. Kies bij Pensioenfonds voor de nieuwe optie Centric.

Aanlevering via UPA voor TKP fondsen

Voor de TKP fondsen dient vanaf loonjaar 2020 aangifte gedaan te worden volgens UPA (Uniforme Pensioenaangifte) berichtformaat.

Dit heeft betrekking op de volgende CAO's:

  • 1402 - Suikerwerk- en chocoladeverwerkende industrie
  • 1701 - Bloemendetailhandel
  • 1702 - Boek- en kantoorvakhandel
  • 1703 - Detailhandel (verord. arbeidsvoorw. detailhandel)
  • 1704 - Detailhandel in aardappelen, groente en fruit
  • 1705 - Doe-het-zelfbranche
  • 1706 - Drogisterijbranche
  • 1707 - Electrotechnische detailhandel
  • 1708 - Gemengde branche en speelgoedbranche
  • 1712 - Mode en sport
  • 1713 - Optiekbedrijven
  • 1715 - Samenwerkende branches
  • 1716 - Schoendetailhandel
  • 1717 - Schoenherstellersbedrijf
  • 1718 - Orthopedische schoenmakerijen
  • 1719 - Slijterijen
  • 1721 - Tuincentra
  • 1723 - Videodetailhandel
  • 1724 - Wonen
  • 1726 - Vishandel
  • 1907 - Grootwinkelbedrijf voor elektrotechnische detailhandel
  • 5301 - Particuliere beveiligingsorganisaties

Na het verlonen kunt u de pensioenaangifte aanmaken via Salaris ➔ Aangiften ➔ Periodiek ➔ UPA. Kies bij Pensioenfonds voor de nieuwe optie TKP.

Aanlevering via UPA voor pensioenfonds AZL voor cao levensmiddelen en Cao Melk- en Zuiveldetailhandel

Vanaf 1 januari 2020 is het Pensioenfonds AZL voor CAO Levensmiddelen (1710) en CCAO Melk- en Zuiveldetailhandel (1711) overgegaan op Uniforme Pensioenaangifte (UPA). Vanaf de eindejaars update is het mogelijk om een UPA aangifte aan te maken voor beide CAO's . In menupad Salaris ➔ Aangiften ➔ Periodiek ➔ UPA is AZL toegevoegd als keuze bij de optie Pensioenfonds. Met behulp van deze optie kan de aangifte aangemaakt en rechtstreeks verzonden worden naar het Pensioenfonds AZL. Vervolgens is het mogelijk om de terugkoppeling van AZL op uw aangifte, binnen te halen en de details verder te bekijken.

     
 Main Category: Attachments & notes  Document Type: Support - On-line help
 Category:  Security  level: All - 0
 Sub category:  Document ID: 23.974.012
 Assortment:  Date: 10-01-2020
 Release:  Attachment:
 Disclaimer