One moment please...
 
 
Exact Compact+   
 

Eindejaarshandleiding Exact Compact - Deel II - Wijzigingen in 2021

Dit is de eindejaarshandleiding 2020/2021 voor Exact Compact. De handleiding bestaat uit drie delen. Het eerste deel beschrijft de stappen voor het afsluiten van afgelopen loonjaar. In het tweede deel worden de wijzigingen met betrekking tot het nieuwe loonjaar besproken, en het derde deel vormt de afsluiter waarin het voorbereiden op het boeken in het nieuwe loonjaar onder de loep wordt genomen.

In dit document (deel II) worden de wijzigingen die ingaan op 1 januari 2021 besproken die van invloed zijn op uw verloningspakket (Exact Compact). De wijzigingen worden beschikbaar gemaakt in service pack 419SP14, 420SP7 en 421SP1 vanaf 14 december 2020. Voor de beschikbaarheid van de service packs en product updates kunt u de Customer Portal in de gaten houden.
Let op: Onderstaande informatie is gebaseerd op het belastingplan en Nieuwsbrief Loonheffingen 2021 – Uitgave 1, 27 november 2020.

Deel I | Deel II | Deel III | 

 

 

  1. Vrije ruimte werkkostenregeling 2021
  2. Verruiming gerichte vrijstelling studie en opleiding
  3. Lagere bijtelling privégebruik elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen (zonnecelauto)
  4. Tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing
  5. Uitbreiding fiscale ruimte voor het sparen van bovenwettelijk verlof
  6. AOW-leeftijd in 2021
  7. Overgangsrecht levensloopregeling
  8. Zorgbonus
  9. Wijzigingen in de aangifte loonheffingen
  10. Brexit
  11. Wijziging belastingverdrag Nederland en Zwitserland
  12. Wet tegemoetkomingen loondomein – aanpassing bedragen Lage-inkomensvoordeel
  13. Sectoraansluiting – drie aandachtspunten
  14. Coronacrisis: aflopende en verlengde noodmaatregelen voor de loonheffingen
  15. Wijzigingen in pensioenaangifte

1. Vrije ruimte werkkostenregeling 2021

Met ingang van 2021 bedraagt de vrije ruimte voor de werkkostenregeling per inhoudingsplichtige 1,7% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000 plus 1,18% van het restant van die loonsom. In Exact Compact is het overzicht 'Werkkostenregeling' in menupad [Salaris, Verslagen, Werkkostenregeling] hierop aangepast.

Tijdelijke verruiming vrije ruimte voor het jaar 2020
In het kader van de noodmaatregelen coronacrisis is er een tijdelijke verruiming van de vrije ruimte. Voor het jaar 2020 wordt uitgegaan van een vrije ruimte die voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom 3% van dat deel van die loonsom bedraagt. Voor het restant van de fiscale loonsom dat meer bedraagt dan € 400.000 blijft het percentage in 2020: 1,2%.

2. Verruiming gerichte vrijstelling studie en opleiding

Er is een gerichte vrijstelling voor vergoedingen en verstrekkingen die worden gebruikt voor kwalificerende scholing (zie paragraaf 2.1.4 van het Handboek 2020). Als een werknemer binnen de voorwaarden voor de gerichte vrijstelling scholing volgt, dan zijn hierover geen loonheffingen verschuldigd. Nu geldt dat een inhoudingsplichtige voor een ex-werknemer in de regel geen gebruik kan maken van de gerichte vrijstelling voor scholing omdat sprake is van ‘vroegere arbeid’.

Door de huidige crisis (COVID-19) wordt het belang van scholing nog meer benadrukt. De gerichte
vrijstelling voor scholing geldt vanaf 1 januari 2021 daarom ook bij vergoedingen en verstrekkingen voor scholing die voortvloeien uit vroegere arbeid. De verruiming zit op vergoedingen en verstrekkingen voor het volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen. Hiermee vallen vergoedingen en verstrekkingen aan de werknemer van wie afscheid is of wordt genomen ook onder de reikwijdte van de gerichte vrijstelling voor een opleiding of studie, voor zover dat niet al mogelijk is. De verruiming zit niet op vergoedingen en verstrekkingen voor onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden van de dienstbetrekking (zie paragraaf 20.1.3. van het Handboek 2020). 

3. Lagere bijtelling privégebruik elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen (zonnecelauto)

Met ingang van 1 januari 2021 wijzigt de bijtelling auto van de zaak zonder CO₂-uitstoot. Door deze wijziging wordt de korting op de bijtelling verlaagd tot 10%. Voor auto’s zonder CO₂-uitstoot met een datum 1e toelating op of na 1 januari 2021 geldt zo een verlaagde bijtelling van 12%. Daarvoor geldt de korting van 10% alleen over de eerste €40.000 cataloguswaarde. Voor het deel van de grondslag boven € 40.000 wordt geen korting gegeven en geldt de algemene bijtelling van 22%.

De korting op de bijtelling is niet gemaximeerd voor waterstofauto’s. De korting is dan van toepassing op de volledige cataloguswaarde. Dat geldt vanaf 1 januari 2021 ook voor elektrische auto’s met geïntegreerde zonnepanelen waarbij de voor de aandrijving benodigde energie wordt opgeslagen in een accupakket dat geen lood bevat en de zonnepanelen een vermogen hebben van ten minste 1 kilowattpiek, zogenaamde zonnecelauto’s. Voor beide soorten auto’s bedraagt de korting op de bijtelling steeds 10% van de cataloguswaarde, dat resulteert in een verlaagde bijtelling van 12%.

De korting op de bijtelling is wel gemaximeerd voor elektrische auto’s die geen zonnecelauto zijn.
Over het meerdere wordt dan geen korting gegeven.

Voorbeeld
De werknemer krijgt een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen (zonnecelauto) ter beschikking.
De datum 1e toelating is 1 februari 2021. De grondslag voor de bijtelling is € 85.000.
Het loontijdvak van de werknemer is een maand.
Hij betaalt je elke maand een eigen bijdrage van € 200.

De bijtelling per maand is dan:
((€ 85.000 x 12%): 12) - € 200 = € 650

Voorbeeld
De werknemer krijgt een elektrische auto (geen zonnecelauto) ter beschikking.
De datum 1e toelating is 1 februari 2021. De grondslag voor de bijtelling is € 85.000.
Het loontijdvak van de werknemer is een maand.
Hij betaalt je elke maand een eigen bijdrage van € 200.

De bijtelling per maand is dan:
((€ 40.000 x 12%) + ((€ 85.000 - € 40.000) x 22%)): 12 = € 1.225, minus € 200 = € 1.025

In Exact Compact is vorig jaar het veld ‘Registratiedatum’ toegevoegd aan de bijtellingscomponent. Op het moment dat u de component koppelt aan de medewerker kunt u dit veld vullen. Aan de hand van deze datum berekent het pakket de juiste bijtelling.

4. Tijdelijke versoepeling van de RVU-heffing.

Als onderdeel van het pensioenakkoord wordt voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-regelingen) de zogenaamde tijdelijke RVU-drempelvrijstelling ingevoerd. De RVU-drempelvrijstelling treedt in werking met terugwerkende kracht per 1 januari 2021. Dat betekent dat de RVU-heffing van 52% voor u als werkgever tijdelijk en onder voorwaarden achterwege blijft, voor zover de betalingen in het kader van de RVU onder het bedrag van de drempelvrijstelling blijven. De tijdelijke versoepeling is bedoeld om u als werkgever de mogelijkheid te geven om oudere werknemers die bijvoorbeeld niet hebben kunnen anticiperen op de verhoging van de AOW-leeftijd en niet gezond kunnen blijven werken tot de AOW-leeftijd, tegemoet te komen.

Voor gebruikmaking van de drempelvrijstelling moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • de uitkering ingevolge de RVU-regeling wordt toegekend in (maximaal) 36 maanden direct voorafgaand aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer;
  • de drempelvrijstelling geldt zowel voor een eenmalige uitkering, als voor een periodieke uitkering die ingevolge een RVU is toegekend;
  • de drempelvrijstelling wordt berekend aan de hand van het aantal maanden vanaf de (eerste) uitkering tot aan het bereiken van de AOW-leeftijd van de werknemer, met een maximum van 36 maanden. Vindt de (eerste) uitkering dus plaats op een moment dat gelegen is op minder dan 36 maanden vóór de AOW‑leeftijd, dan geldt de vrijstelling alleen nog voor de resterende maanden;
  • het bedrag van de drempelvrijstelling wordt per maand berekend;
  • de drempelvrijstelling bedraagt per maand (met een maximum van 36 maanden) maximaal een bedrag dat, na vermindering van loonbelasting en premie volksverzekeringen, gelijk is aan het nettobedrag van de AOW-uitkering voor alleenstaande personen zoals dat geldt op 1 januari van het jaar waarin de uitkering plaatsvindt;
  • de drempelvrijstelling is een tijdelijke maatregel die geldt van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025;
  • voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028 geldt een uitloopperiode. Gedurende deze periode kan de drempelvrijstelling worden toegepast, mits de beëindigingsovereenkomst uiterlijk 31 december 2025 getekend is en de werknemer uiterlijk op 31 december 2025 de leeftijd bereikt die 36 maanden vóór de AOW-leeftijd ligt;

Wanneer u als werkgever eerder dan 36 maanden direct voorafgaand aan de AOW-leeftijd een vergoeding in het kader van een RVU uitbetaalt, bent u de RVU heffing van 52% verschuldigd. Binnen de 36 maandstermijn bent u ook over het gedeelte van het bedrag dat boven de drempelvrijstelling uitkomt, als werkgever de RVU-heffing verschuldigd.

Maandbedrag voor het berekenen van de RVU-drempelvrijstelling

De RVU-drempelvrijstelling bedraagt voor het jaar 2021 per maand € 1.847.

U moet vanaf 2021 voor een RVU-uitkering een nieuwe code soort inkomstenverhouding (inkomenscode) gebruiken: code 53 ('Uitkering in het kader van vervroegde uittreding'). Deze code gebruikt u ongeacht of de drempelvrijstelling voor de pseudo-eindheffing van toepassing is. Als de RVU in termijnen wordt verstrekt is de tijdvaktabel van toepassing. Als de RVU is vormgegeven als een non-activiteitsregeling (zie Handboek loonheffingen, paragraaf 4.3), dan kan voor de duur van 104 weken de witte (tijdvak)tabel van toepassing zijn. In andere gevallen is de groene tijdvaktabel van toepassing. Op een RVU als 'bedrag-ineens' is de groene tabel voor bijzondere beloningen van toepassing. In Exact Compact is deze code toegevoegd als keuzemogelijkheid in het veld ‘Code soort inkomen’ op het tabblad ‘Polisadministratie’ van de salarisgegevens.

Op RVU-uitkeringen die kwalificeren als loon uit vroegere arbeid is (als uitzondering) altijd de inhouding van de (werknemers)bijdrage Zvw verschuldigd. Als de RVU-uitkering kwalificeert als loon uit tegenwoordige arbeid, is de werkgeversheffing Zvw (hoofdregel) van toepassing. 

5. Uitbreiding fiscale ruimte voor het sparen van bovenwettelijk verlof

Met ingang van 1 januari 2021 is de mogelijkheid voor werknemers om fiscaal gefaciliteerd vakantieverlof en compensatieverlof te sparen uitgebreid van maximaal 50 weken naar 100 weken.
Het opgebouwde verlof kan op allerlei momenten gedurende de loopbaan (gedeeltelijk) worden opgenomen. Dit geeft werknemers de ruimte om zelf hun duurzame inzetbaarheid te vergroten, bijvoorbeeld door het extra gespaarde verlof in te zetten om een aantal jaar voor de pensioenleeftijd minder te gaan werken of gedurende de loopbaan tijd te nemen voor omscholing of een sabbatical. Daarnaast geeft het werknemers de ruimte om eerder te stoppen met werken, met behoud van salaris.
De uitbreiding van de fiscale ruimte voor het sparen van verlof levert geen verandering op in de bestaande wijze van gegevensverwerking door de werkgever en de Belastingdienst.

6. AOW-leeftijd in 2021

De AOW-leeftijd wordt in 2021 gehandhaafd op 66 jaar en 4 maanden.

7. Overgangsrecht levensloopregeling

De levensloopregeling is per 1 januari 2012 vervallen. Voor werknemers die op 31 december 2011 een levensloopaanspraak hadden met een waarde van minimaal € 3.000 geldt overgangsrecht. Op grond van dit overgangsrecht zou de werknemer uiterlijk tot 1 januari 2022 de tijd hebben om een bestaande levensloopaanspraak op te nemen of om te zetten in een aanspraak ingevolge een pensioenregeling. Maakt de werknemer hier geen gebruik van, dan wordt de werknemer geacht het levenslooptegoed te genieten op 31 december 2021. Dit is het zogenaamde fictieve genietingsmoment. Hierbij geldt dat de (ex-)werkgever inhoudingsplichtig is en op dat moment loonheffingen moet berekenen en afdragen.

Dit overgangsrecht wordt nu aangepast. Voor nog niet opgenomen levensloopaanspraken, wordt het fictieve genietingsmoment vervroegd naar 1 november 2021. Dit om ervoor te zorgen dat de levensloopregelingen voor het einde van 2021 zijn afgewikkeld. Hierbij geldt dat de inhoudingsplicht wordt verlegd naar de instelling, waar het levenslooptegoed is ondergebracht.
Voor de volledigheid, indien een werknemer (een deel van) het tegoed opneemt vóór 1 november 2021, dan verandert er niets en is de (ex-)werkgever inhoudingsplichtig voor de loonheffingen voor die opname.

Bij de verloning van het levenslooptegoed per 1 november 2021 geldt het volgende:

  • Voor de waarde van alle levenslooptegoeden, die op 1 november 2021 nog op de levenslooprekening staan, is de levensloopinstelling inhoudingsplichtig en zij moet hierover loonbelasting/premie volksverzekeringen inhouden en hiervoor aangifte loonheffingen doen.
  • De deelnemer aan de levensloopregeling is op grond van de werknemersverzekeringen geen werknemer van de levensloopinstelling. Voor de aangifte loonheffingen betekent dit:
  • de 3 indicaties verzekerd WAO/IVA/WGA, WW en ZW levert de levensloopinstelling aan met 'N';
  • de rubriek loon SV levert de levensloopinstelling aan met € 0;
  • de premierubrieken voor de basispremie Aof, de gedifferentieerde premie Whk, de premie AWf (laag, hoog en herzien), en de premie Ufo vult de levensloopinstelling in met € 0;
  • de rubrieken voor 'Aanwas in het cumulatieve premieloon' voor het AWf en het Ufo vult de levensloopinstelling in met € 0.
  • Het levenslooptegoed is geen bijdrageloon Zvw, zodat hierover geen bijdrage Zvw verschuldigd is. In de aangifte vult de levensloopinstelling beide bijdragerubrieken in met € 0. In de loonstaat vermeldt de levensloopinstelling in kolom 12 (bijdrageloon Zvw) € 0.
  • De rubrieken voor 'Ingehouden bijdrage Zvw' en 'Werkgeversheffing Zvw' vult de levensloopinstelling allebei in met € 0.
  • De levensloopinstelling moet, ondanks dat er geen bijdrage Zvw is verschuldigd, wel de juiste code verzekeringssituatie Zvw opgeven. Voor veel levensloopdeelnemers zal dat code 'K' (werkgeversheffing) zijn. Het heeft geen bezwaar als de levensloopinstelling deze code voor alle levensloopdeelnemers gebruikt, ook al zou de werkelijke verzekeringssituatie 'ingehouden bijdrage' (code M) of 'niet verzekeringsplichtig' (code A) zijn. De levensloopinstelling hoeft daar geen nader onderzoek naar te doen.
  • De levensloopinstelling past geen loonheffingskorting (dus ook geen levensloopverlofkorting) toe bij de inhouding van loonbelasting en premie volksverzekeringen over de levensloopaanspraak. Indien van toepassing, kan de werknemer de heffingskortingen in de aangifte inkomstenbelasting 2021 toepassen.
  • De levensloopinstelling belast op 1 november 2021 de waarde in het economische verkeer van de levensloopaanspraak als loon. De waarde in het economische verkeer is het tegoed vermeerderd met het renterecht tot en met 31 oktober 2021.
  • De levensloopuitkering wordt aangemerkt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Dit betekent dat de verloning plaatsvindt tegen de witte tabel (bijzondere beloning).
  • Indien de werknemer op 1 januari 2021 61 jaar of ouder is, dan wordt de levensloopuitkering aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking (groene tabel voor bijzondere beloning is van toepassing).
  • Bij het verlonen van het levenslooptegoed, moet het “jaarloon” voor de tabel bijzondere beloning worden vastgesteld. In aanvulling op paragraaf 9.3.6. van het Handboek 2021 geldt het volgende. Als de levensloopinstelling in 2020 geen loonbelasting en premie volksverzekeringen heeft ingehouden ten behoeve van de betreffende werknemer/deelnemer aan de levenslooprekening, dan wordt het jaarloon berekend aan de hand van de waarde in het economische verkeer van de levensloopaanspraak, dan wel aan de hand van deze waarde vermeerderd met andere uitkeringen die in 2021 hebben plaatsgevonden (van alle belaste uitkeringen die de levensloopinstelling aan de persoon gedaan heeft).
  • De 'Code soort inkomstenverhouding/inkomenscode' is voor de levensloopinstelling als volgt:
    • voor een persoon die op 1 januari 2021 jonger is dan 61 jaar: in alle gevallen code 63 (Overige, niet hiervoor aangegeven, pensioenen of samenloop van meerdere pensioenen/lijfrenten of een betaling op grond van een afspraak na einde dienstbetrekking);
    • voor een persoon die op 1 januari 2021 61 jaar ouder is: code 54 (Opname levenslooptegoed door een werknemer die op 1 januari 61 jaar of ouder is). De levensloopinstelling vult geen code aard arbeidsverhouding in. De code loonbelastingtabel (van de tabel bijzondere beloningen) die de levensloopinstelling voor personen die in Nederland wonen toepast is;
    • voor een persoon die op 1 januari 2021 jonger is dan 61 jaar: code 010;
    • voor een persoon die op 1 januari 2021 61 jaar ouder is: code 020.

Gevolgen voor de (ex-)werknemer

Voor een (ex-)werknemer kan de inhouding door de levensloopinstelling gevolgen hebben voor de heffing van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De levensloopinstelling kan geen loonheffingskorting toepassen. De (ex-)werknemer kan deze wel verrekenen in zijn aangifte inkomensheffing, als hij daar recht op heeft. Het vrijgevallen levenslooptegoed valt in het box 3-vermogen. De vrijstelling van dit levenslooptegoed in box 3 is niet langer van toepassing en met het einde van het overgangsrecht vervallen. Door het naar voren halen van het moment van vrijvallen naar 1 november wordt voorkomen dat het (hogere) levenslooptegoed vóór belastingheffing als box 3-vermogen in aanmerking wordt genomen.

Het verzamelinkomen is door het vrijvallen van het tegoed hoger, dit kan gevolgen hebben voor de heffingskortingen en eventuele toeslagen.

In Exact Compact zullen de componenten ‘LLUITB (Levensloopregeling uitbetaling)’ en ‘LLVLKORT (Levensloopverlofkorting)’ een einddatum krijgen van 31-10-2021.

8. Zorgbonus

Zorgprofessionals, die tussen 1 maart en 1 september 2020 een bijzondere prestatie hebben geleverd vanwege COVID-19, kunnen – indien aan de voorwaarden is voldaan – in aanmerking komen voor een bonus van € 1.000 netto. Deze bonus wordt uitgekeerd aan werknemers, maar ook aan niet-werknemers.

Voor werknemers zal het nettobedrag van € 1.000 geen gevolgen hebben voor de heffing van loon- en inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen, omdat de werkgever op grond van een subsidieregeling van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de bonus aanwijst als eindheffingsloon en ten laste brengt van zijn vrije ruimte. Bij overschrijding van de vrije ruimte is de werkgever een eindheffing verschuldigd van 80% over de overschrijding. De werkgever wordt gecompenseerd voor zowel de bonus als de eventueel verschuldigde eindheffing.

In Exact Compact kan voor de bonus een component van het type ‘Netto toeslag’ aangemaakt worden. Om ervoor te zorgen dat het bedrag meegenomen wordt in de werkkostenregeling dient de juiste grootboekrekening gekoppeld te worden, zodat deze zichtbaar is in menupad [Salaris, Verslagen, Werkkostenregeling].

Ook voor niet-werknemers (ook pgb-zorgverleners) wordt geregeld dat deze bonus voor hen geen gevolgen heeft voor de heffing van inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen. Daartoe wordt de huidige eindheffingsregeling voor niet-werknemers uitgebreid, om het mogelijk te makende zorgbonus als eindheffingsloon aan te merken. De bonus is dan eindheffingsloon, met een eindheffingstarief van 75% dat de zorginstelling moet betalen. Ook hier geldt dat het Ministerie van VWS de zorginstelling compenseert voor zowel de bonus als de af te dragen eindheffing. De zorginstelling draagt de verschuldigde eindheffing af met de aangifte over het loontijdvak waarin de bonus aan de zorgprofessional wordt uitbetaald. Het bedrag aan verschuldigde eindheffing wordt aangegeven in de rubriek voor verstrekkingen aan anderen dan eigen werknemers.

In Exact Compact kan een component van het type ‘Eindheffing publ.uitk, knelpunten ernst. Aard’ aangemaakt worden. Dit component koppelt u aan één medewerker met daarin het bedrag aan eindheffing.

9. Wijzigingen in de aangifte loonheffingen

De volgende wijzigingen zijn bekend, maar nog niet goed gekeurd door de regering. Zodra deze zijn goedgekeurd wordt dit document bijgewerkt met de stappen/wijzigingen in Exact Compact.

Aanleveren contractindicaties

Vanaf 2020 zijn er in het kader van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) 3 zogenoemde ‘contractindicaties’:

  •  Indicatie arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd
  •  Indicatie schriftelijke arbeidsovereenkomst
  •  Indicatie oproepovereenkomst

In 2020 moest u de contractindicaties altijd aanleveren (met ‘Ja’ of ‘Nee’) bij de volgende codes soort inkomstenverhouding (inkomenscode):

  • 11 Loon of salaris ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet
  • 13 Loon of salaris directeuren van een nv/bv, wel verzekerd voor de werknemersverzekeringen
  • 15 Loon of salaris niet onder te brengen onder 11, 13 of 17

De contractindicaties zijn voor de Wab alleen nodig als er sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW.

Vanaf 2021 levert u de 3 contractindicaties alleen nog maar aan als er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dat is het geval bij de volgende codes aard arbeidsverhouding:

  • 1  Arbeidsovereenkomst (exclusief BBL)
    Toelichting: vanaf 2020 geldt deze code ook voor overheidswerknemers (code soort inkomstenverhouding 11) met een arbeidsovereenkomst.
  • 10 Wet sociale werkvoorziening (WSW)
  • 11 Uitzendkracht
  • 82 Payrolling
  • 83 Beroepspraktijkopleiding van de BBL

U levert de contractindicaties vanaf 2021 niet meer aan (ook niet met ‘Nee’) bij de volgende codes aard arbeidsverhouding:

  • 4 Deelvisser
  • 6 Musicus / artiest
  • 7 Stagiair
  • 18 Publiekrechtelijke aanstelling
  • 79 Opting-in regeling
  • 81 Overige fictieve dienstbetrekkingen

Deze wijzigingen zijn beschikbaar in Exact Compact.

Toelichting begrip ‘deelvisser’.

Het bleek dat er onduidelijkheid bestond over wat wij bedoelen met ‘deelvisser’ bij de code aard arbeidsverhouding. Met ‘deelvisser’ bedoelen wij het lid van de bemanning dat als beloning aanspraak heeft op een deel van de opbrengt van de visvangst, maar alleen voor zover hij in fictieve dienstbetrekking is op grond van artikel 4, eerste lid, onderdeel f van de Ziektewet. Dus niet voor personen met een arbeidsovereenkomst. Daarvoor gebruikt u code 1.

Nieuwe rubriek: Indicatie publiekrechtelijke aanstelling voor onbepaalde tijd

Hiervóór kunt u lezen dat u bij code aard arbeidsverhouding 18 (Publiekrechtelijke aanstelling) geen contractindicaties meer hoeft aan te leveren. Daarmee zou met name het CBS informatie ontberen. Daarom treft u met ingang van 2021 een nieuwe rubriek aan: ‘Indicatie publiekrechtelijke aanstelling voor onbepaalde tijd’. Alleen als u code aard arbeidsverhouding 18 hebt ingevuld, vult deze rubriek in met ‘Ja’ of ‘Nee’. In andere gevallen vult u niets in.

In Exact Compact wordt het veld in de loonaangifte automatisch gevuld bij de volgende indicaties:

  • Code soort inkomen = 11, 13 of 15
  • Anders, aard arbeidsovereenkomst = 18 – Publiekrechtelijke aanstelling
  • Code contract = onbepaald --> waarde = ‘Ja’, anders wordt de waarde ‘Nee’

10. Brexit

Het Verenigd Koninkrijk (VK) heeft de EU verlaten op 31 januari 2020. Daarna ging een overgangsperiode in – die duurde tot en met 31 december 2020. In deze periode hebben de EU en het VK onderhandeld over een nieuw samenwerkingsakkoord. De EU en het VK hebben afspraken gemaakt over hun relatie vanaf 1 januari 2021.
Wat dit voor u betekent, kunt u lezen op de Brexit pagina. Hier wordt aangegeven wat de wijzigingen zijn voor de loonbelasting en voor de volks- en werknemersverzekeringen. Deze informatie wordt geüpdatet wanneer meer informatie beschikbaar is. Zie belastingdienst.nl/brexit.

In Exact Compact dient u per medewerker zelf het veld 'Woonland' op tabblad 'Loonheffing' aan te passen naar 'Derde land'.

11. Wijziging belastingverdrag Nederland en Zwitserland

Met ingang van 1 januari 2021 is de door Nederland en Zwitserland ondertekende wijziging van het belastingverdrag van toepassing.
Er zijn nieuwe afspraken gemaakt over het heffingsrecht over pensioenen, lijfrenten en sociale zekerheidsinkomsten. Nederland mag per 1 januari 2021 belasting heffen over pensioenen, lijfrenten en sociale zekerheidsinkomsten op grond van artikel 18, eerste lid, van het belastingverdrag. Voor periodieke uitkeringen is de belastingheffing in Nederland echter gemaximeerd tot 15%. Voor eenmalige uitkeringen (afkoopsommen) mag Nederland volledig belasting heffen. Lopende vrijstellingen voor de inhouding van loonheffingen zijn ingetrokken voor wat betreft de loonbelasting (niet voor de premieheffing). Als inhoudingsplichtige is het toegestaan om maximaal 15% loonbelasting in te houden op een periodieke uitkering.

12.  Wet tegemoetkomingen loondomein – aanpassing bedragen Lage-inkomensvoordeel

Het gemiddeld uurloon en de hoogte van het Lage-inkomensvoordeel worden met ingang van 2021 als volgt aangepast.



13. Sectoraansluiting – drie aandachtspunten

Een fusie, overname, splitsing of een verandering van rechtsvorm kan gevolgen hebben voor uw sectoraansluiting. Uw sectoraansluiting moet in zo’n geval opnieuw beoordeeld worden en daarvoor moet u een dergelijke wijziging bij de Belastingdienst melden. De bij deze wijziging betrokken werkgevers ontvangen dan van de Belastingdienst een voor bezwaar vatbare beschikking sectoraansluiting die ziet op de nieuwe situatie.
Derde partijen, zoals bijvoorbeeld pensioenfondsen of cao-partijen, maken soms gebruik van de sectoraansluiting van een werkgever. De Belastingdienst is daarvoor niet verantwoordelijk. Bij de vaststelling bij welke sector een werkgever wordt aangesloten, houdt de Belastingdienst ook geen rekening met de cao en/of het pensioenfonds waaronder een werkgever en of zijn werknemers vallen. De sectoraansluiting hangt af van de werkzaamheden die u als werkgever uitvoert. De Belastingdienst gebruikt de sectoraansluiting enkel voor de vaststelling van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk).
Dient u een bezwaar in tegen de beschikking gedifferentieerde premie Whk dan geldt dit niet als bezwaar tegen uw sectoraansluiting. Bent u het niet eens met uw sectoraansluiting dan kunt u bezwaar maken tegen de beschikking sectoraansluiting die u hebt ontvangen. Hebt u uw beschikking sectoraansluiting niet meer, dan kunt u een verzoek indienen om uw sectoraansluiting opnieuw te beoordelen.

14. Coronacrisis: aflopende en verlengde noodmaatregelen voor de loonheffingen

In de afgelopen maanden heeft het kabinet extra fiscale maatregelen getroffen vanwege de coronacrisis. In verschillende besluiten heeft de staatsecretaris daar uitvoering aan gegeven door middel van concrete goedkeuringen. In aanvullende verdragsovereenkomsten met België en Duitsland zijn afspraken gemaakt over de interpretatie en toepassing van de verdragsbepalingen bij bepaling van de fiscale situatie van grensarbeiders.

De beleidsmaatregelen en aanvullende verdragsbepalingen hebben een tijdelijk karakter en zullen daarom worden ingetrokken zodra de omstandigheden dit mogelijk maken.

Vanwege de aanhoudende financiële effecten van de coronacrisis heeft het kabinet besloten een aantal fiscale maatregelen te verlengen.

Tot 1 april 2021 kunnen de bestaande vaste reiskostenvergoedingen door de werkgever nog onbelast worden vergoed, ook al worden deze reiskosten als gevolg van het thuiswerken niet meer (volledig) gemaakt. De goedkeuring geldt niet voor de 30%-regeling (extraterritoriale kosten) en ziet verder alleen op vaste vergoedingen waarop de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht kreeg c.q. zijn keuze heeft gemaakt (bijvoorbeeld bij een cafetariasysteem).

Tot 1 juli 2021 verlengde crisismaatregelen:

  • In het geval dat een werkgever of werknemer vanwege de coronamaatregelen een wettelijke administratieve verplichting in redelijkheid niet, niet tijdig of niet volledig nakomt en dit voor zover mogelijk herstelt zodra dat kan, neemt de Belastingdienst daarover een soepel standpunt in
  • Akkoord met België. Gedwongen thuiswerkdagen van grensarbeiders mogen, onder voorwaarden, worden aangemerkt als werkdagen in de staat waar die werkzaamheden zonder de coronamaatregelen zouden zijn verricht. U vindt de diverse afspraken over grensarbeid in de Overeenkomst NL-B van 8 mei 2020, Staatscourant 2020, 25956
  • Akkoord met Duitsland. Gedwongen thuiswerkdagen van grensarbeiders mogen, onder voorwaarden, worden aangemerkt als werkdagen in de staat waar die werkzaamheden zonder de coronamaatregelen zouden zijn verricht. Nederland stelt eenzijdig ook enkele specifieke Duitse corona-gerelateerde (netto)uitkeringen bij inwoners van Nederland vrij. U vindt de diverse afspraken over grensarbeid en bepaalde netto-uitkeringen vanuit het Duitse sociale zekerheidsstelsel die ontvangen worden vanwege de COVID‑19-pandemie in de Overeenkomst NL-D van 10 april 2020, Staatscourant 2020, 21381

Crisismaatregelen die voor heel 2021 gelden:

  • de goedkeuring ter zake van een evenredig lager gebruikelijk loon bij omzetdaling van 30% over heel het jaar 2021 ten opzichte van de omzet over heel het jaar 2019
  • de tijdelijke verruiming van de vrije ruimte (werkkostenregeling), 3% over de eerste € 400.000 van de totale fiscale loonsom en 1,18% voor het restant van de fiscale loonsom dat meer bedraagt dan € 400.000
    De actuele stand van zaken kunt u vinden op belastingdienst.nl.

15. Wijzigingen in pensioenaangifte

15.1. Aanlevering Detailhandel van TKP(UPA) naar CAPGemini (UPA)

Vanaf 1 januari 2021 gaat het Pensioenfonds Detailhandel van TKP naar CapGemini. Vanaf de eindejaarsupdate is in [Salaris, aangiften, Periodiek, UPA] CapGemini toegevoegd als keuze bij de optie 'Pensioenuitvoerder'. Met behulp van deze optie kan de aangifte aangemaakt en rechtstreeks verzonden worden naar pensioenuitvoerder CapGemini. Vervolgens is het mogelijk om de terugkoppeling van CapGemini op uw aangifte, binnen te halen en de details verder te bekijken. 

cao 1701 bloemendetailhandel

 

cao 1713 optiek

cao 1702 boek- en kantoorvakhandel

 

cao 1715 samenwerkende branche

cao 1703 detailhandel

 

cao 1716 schoendetailhandel

cao 1704 detailhandel AGF

 

cao 1717 Schoenherstellersbedrijf

cao 1705 Doe-het -zelf

 

cao 1718 Orthopedische schoenmakerijen

cao 1706 Drogisterijbranche

 

cao 1719 slijterijen

cao 1707 Elektrotechnische detailhandel

 

cao 1721 tuincentra

cao 1907 Grootwinkelbedrijf voor elektrotechnische detailhandel

 

cao 1723 videodetailhandel

cao 1708 Gemengde branche en speelgoedbranche

 

cao 1724 wonen

cao 1712 mode en sport

 

cao 1726 vishandel

15.2. Aanlevering BPL via UPA aangifte

Vanaf 1 januari 2021 is BPL pensioen overgegaan op Uniforme Pensioenaangifte (UPA). Vanaf de eindejaarsupdate is het mogelijk om een UPA aangifte aan te maken voor onderstaande Cao's die pensioen aangifte doen aan BPL. In [Salaris, aangiften, Periodiek, UPA] selecteert u TKP  als keuze bij de optie 'Pensioenuitvoerder'. Met behulp van deze optie kan de aangifte aangemaakt en rechtstreeks verzonden worden naar TKP. Vervolgens is het mogelijk om de terugkoppeling van TKP op uw aangifte, binnen te halen en de details verder te bekijken.

0101 Bedrijfsverzorgingsdiensten (BGZ)

 

0110 Rundveeverbetering

0102 Bloembollengroothandel (voorheen Bloembollen)

 

0111 Glastuinbouw (voorheen Tuinbouw)

0103 Open Teelten Boomkwekerij

 

0112 Open Teelten Landbouw (voorheen Landbouw)

0104 Bosbouw

 

0113 Open Teelten Tuinbouw (voorheen Tuinbouw) 

0105 Groenvoederdrogerijen

 

0114 Open Teelten Bloembollen (voorheen Bloembollen)

0106 Hoveniersbedrijf

 

0115 Tuinzaadbedrijven

0107 Dierhouderij (voorheen Landbouw)

 

0199 Een andere, niet vermelde, CAO

0108 Landbouwwerktuigen exploiterende ondernemingen (LEO)

 

5003 Groenten- en fruitverwerkende industrie

0109 Paddestoelen

 

 

15.3. Aanlevering voor pensioenuitvoerder AZL via UPA

Vanaf 1 januari 2021 is pensioenuitvoerder AZL voor onderstaande Cao’s overgegaan op Uniforme Pensioenaangifte (UPA). Vanaf de eindejaarsupdate is het mogelijk om een UPA aangifte aan te maken voor deze Cao's . In [Salaris, aangiften, Periodiek, UPA] selecteert u AZL als keuze bij de optie 'Pensioenuitvoerder'. Met behulp van deze optie kan de aangifte aangemaakt en rechtstreeks verzonden worden naar AZL. Vervolgens is het mogelijk om de terugkoppeling van AZL op uw aangifte, binnen te halen en de details verder te bekijken.

0501 houtverwerkende industrie en jachtbouw

1601 Versvlees en vleesbw. Ind.

1602 Vleesverwerkende industrie

1603 Gemaksvoedingsindustrie

1604 Pluimveeverw. Industrie

15.4 Aanlevering voor pensioenuitvoerder TKP via UPA

Vanaf 1 januari 2021 is pensioenuitvoerder TKP voor onderstaande Cao’s overgegaan op Uniforme Pensioenaangifte (UPA). Vanaf de eindejaars update is het mogelijk om een UPA-aangifte aan te maken voor deze Cao's . In [Salaris, aangiften, Periodiek, UPA] selecteert u TKP als keuze bij de optie 'Pensioenuitvoerder'. Met behulp van deze optie kan de aangifte aangemaakt en rechtstreeks verzonden worden naar TKP. Vervolgens is het mogelijk om de terugkoppeling van TKP op uw aangifte, binnen te halen en de details verder te bekijken. 

0701 meubelindustrie en meubileringsbedrijven

0801 houthandel

1709 Kappers

1301 Bakkers

3302 Verblijfsrecreatie

15.5. Overige wijzigingen

Cao 1714 Reisbranche gaat vanaf 01.01.2021 UPA aangifte doen via PGB. In [Salaris, aangiften, Periodiek, UPA] selecteert u PGB als keuze bij de optie 'Pensioenuitvoerder'. Met behulp van deze optie kan de aangifte aangemaakt en rechtstreeks verzonden worden naar PGB. Vervolgens is het mogelijk om de terugkoppeling van PGB op uw aangifte, binnen te halen en de details verder te bekijken.

Cao 4201 Groothandel AGF gaat vanaf 01.01.2021 UPA aangifte doen via PGB. In menupad [Salaris, aangiften, Periodiek, UPA] selecteert u PGB als keuze bij de optie 'Pensioenuitvoerder'. Met behulp van deze optie kan de aangifte aangemaakt en rechtstreeks verzonden worden naar PGB. Vervolgens is het mogelijk om de terugkoppeling van PGB op uw aangifte, binnen te halen en de details verder te bekijken.

     
 Main Category: Attachments & notes  Document Type: Support - On-line help
 Category:  Security  level: All - 0
 Sub category:  Document ID: 23.974.015
 Assortment:  Date: 02-02-2021
 Release:  Attachment:
 Disclaimer